De boer had maar ene broek, een broek zonder zak er in
De boer had maar ene jas, een jas zonder knoop er an
De boer had maar ene kous, een kous met een gat er in
De boer had maar ene hemd, een hemd zonder slip er an
De boer had maar ene pet, een pet zonder klep er an
De boer had maar ene vrouw, meer dan genoeg, genoeg, genoeg
De boer had maar ene vrouw, meer dan genoeg
Een vrouw met een kop d'r op, de boer (die) had een reuze strop (2x)
(N.B. had = heeft, cf. het Duitse 'hat')
(herkomst: "Jan Pierewiet", oorspronkelijk Duits)